Lichamelijke klachten
Vaak zeggen mensen dat ze niet zozeer bang zijn om dood te gaan, maar wel voor de manier waarop dat zal gebeuren. Met angst voor pijn en ontluistering. Het niet weten hoe de laatste weken, dagen en uren er uit zullen zien. Hoe je uiteindelijk zult sterven. Bij kennis of in coma, met ondraaglijke pijnen of misschien benauwd. Misschien herkent u dit.
Blijf niet rondlopen met uw angsten. Het is belangrijk dat u ze uitspreekt. In eerste instantie tegen uw artsen, omdat zij uw angsten voor een deel weg kunnen nemen, want aan pijn is wat te doen en ontluistering is misschien te vermijden. Hoe uw laatste dagen zullen verlopen, kan niemand exact voorspellen. Wel is het mogelijk u een beeld te geven van wat er kán gebeuren.
Tegen het einde krijgt u waarschijnlijk steeds meer klachten. Dat kunnen oude klachten zijn - gevolgen van uw ziekte - die zich nu heviger manifesteren, maar het kunnen ook nieuwe klachten zijn.
Veelvoorkomende klachten zijn: pijn, misselijkheid, benauwdheid, obstipatie of juist diarree, intense vermoeidheid, incontinentie en last van doorligwonden. Aan de meeste klachten valt wat te doen met behulp van medicijnen, massage of hulpmiddelen. U zult ook steeds meer hulp nodig hebben. Zoals hulp met opstaan (als dat nog lukt) en hulp met wassen.
Eetlust
Uw eetlust vermindert gaandeweg. Ook uw smaak kan veranderen. Misschien gaan sommige dingen u tegenstaan. Mogelijk krijgt u ook minder behoefte aan drinken. Soms wordt drinken steeds lastiger, bijvoorbeeld als u niet goed meer kunt slikken. Eet en drink alleen nog wat u smaakt.
Vermoeidheid en pijn
Uw lichamelijke toestand en uw uithoudingsvermogen gaan (verder) achteruit. Uw situatie verandert van dag tot dag, van uur tot uur. Het ene moment voelt u zich misschien redelijk goed, een kwartier later bent u ontzettend moe. Soms spelen uw klachten op en is er ook weer pijn, ondanks de pijnstillers. Uw lichaamsfuncties gaan achteruit: de bloedsomloop wordt trager; de ademhaling wordt oppervlakkiger en onregelmatiger.
Benauwdheid
Benauwdheid (of dyspnoe) is een subjectief onaangenaam en angstig gevoel dat de ademhaling tekortschiet. Van de terminale kankerpatiënten heeft 45-60% hier last van (70% van de patiënten met longkanker). Omdat de subjectieve beleving op de voorgrond staat, hoeven er niet altijd waarneembare ademhalingsafwijkingen te zijn. U kunt bang zijn om te stikken en in paniek raken.
Incontinentie
Mogelijk wordt u incontinent. Als u zich ervoor schaamt dat u zich bevuilt en dat u geregeld verschoond moet worden, bedenk dan dat hulpverleners ervaring hebben met dit soort situaties. Overigens kan in deze bijzondere situatie schaamte snel wegvallen. Zowel bij u als bij de naasten die u helpen.
Pallitatieve sedatie
Van sedatie is sprake als met behulp van medicatie het bewustzijn van de stervende wordt verlaagd om symptomen te helpen verlichten. Sederen gebeurt vooral in de allerlaatste levensdagen. Het wordt meestal toegepast als er sprake is van een lichamelijk lijden dat niet (meer) met gerichte pijnbestrijding alleen te verhelpen is, of als er sprake is van grote angst, verwardheid of benauwdheid. Bij de toepassing ervan kan gevarieerd worden in de mate van bewustzijnsverlies.
Iemand kan voor korte tijd slaperig gehouden of gekalmeerd worden. Iemand kan ook dusdanig worden gesedeerd dat hij niet meer wakker wordt. Dit leidt tot een rustige dood.
Sedatie mag nooit zomaar worden toegepast. Een arts zal er van tevoren met u en/of uw naasten over gesproken hebben en zal er alleen toe overgaan als u in de laatste stervensfase bent en als er sprake is van onbehandelbare symptomen die het leven ondraaglijk maken en gelijk stellen aan lijden.
Sommigen zien sedatie als een verkapte - langzame - vorm van euthanasie. Iemand gaat immers dood na een ingreep van de arts. Anderen wijzen juist op het verschil met euthanasie. Euthanasie is een daadwerkelijke levensbeëindiging, een actief doden. Terwijl met sedatie het ziekteproces niet direct wordt beïnvloed, maar in eerste instantie symptomen worden bestreden, waarbij het doodgaan niet wordt tegengehouden.
Verminderen van de lichaamsfuncties
Uiteindelijk zet het stervensproces definitief in. Dat proces kan heel kort duren, maar ook een aantal dagen. Sommige mensen blijven tot het allerlaatste moment bij kennis, maar de kans is groot dat u na verloop van tijd in slaap valt en daarna in coma raakt.
Het lichaam gaat niet in één keer dood, maar heel geleidelijk. Stap voor stap verminderen de lichaamsfuncties. In de loop van een aantal uren of dagen laten uw organen het een voor een afweten.
Voor de omgeving lijkt dat stervensproces soms op een verbeten gevecht. Terwijl de kans groot is dat er bij u innerlijke rust heerst. Dit komt voor een belangrijk deel doordat het lichaam endorfine produceert, een hormoon dat zorgt voor een ontspannen en gelukzalig gevoel. Toch kunnen er ook klachten zijn waar iets tegen gedaan moet worden, zoals pijn, benauwdheid en onrust.
Intreden van de dood
Uiteindelijk stoppen alle lichaamsfuncties: de ademhaling komt tot stilstand, het hart houdt op met kloppen, het bloed stroomt niet langer. De roze kleur van huid en lippen verbleekt, de lichaamscellen sterven af. De dood is ingetreden. Voor de omgeving is het intreden van de dood toch bijna altijd plotseling en onverwacht, zelfs als het al langer heeft geduurd dan men eerder had verwacht.
Iemand zien sterven is altijd indrukwekkend en emotioneel. Als het om een dierbare gaat zal in eerste instantie vooral het verdriet overheersen. Later kunnen uw naasten ook met dankbaarheid terugdenken aan het feit dat ze er bij waren.
Laatst bewerkt: 15 februari 2010 Bron: KWF Kankerbestrijding en redactie
Relevante links
Welke type hulpverleners kunnen u helpen?
-
Diëtist
De diëtist kan mensen met kanker ondersteunen met voorlichting en adviezen over zo optimaal mogelijke voeding en het bewaken van de voedingstoestand.
-
Ergotherapeut
Een ergotherapeut werkt aan praktische oplossingen voor mensen die door een ziekte of handicap niet (meer) alles kunnen. Aanpassingen in huis, handige hulpmiddelen voor in de keuken, gereedschappen om de computer te kunnen bedienen: samen met de cliënt bedenkt de ergotherapeut oplossingen voor beperkingen waar de cliënt tegenaan loopt.
-
Fysiotherapeut
De fysiotherapeut richt zich op het onderzoeken en trainen van de bewegingsmogelijkheden van het lichaam. Er wordt onder andere gekeken naar kracht, lenigheid, evenwicht en conditie. Ook bewegingsgevoel, belastbaarheid en ontspanning kunnen aandachtsgebieden zijn.
-
Huisarts of behandelend artsU kunt voor dit onderwerp terecht bij uw eigen huisarts of behandelend arts.
-
ThuiszorgmedewerkersBij een thuiszorgorganisatie werken verschillende type medewerkers die ondersteuningen kunnen bieden tijdens uw ziekte.
