Wat is multipel myeloom / ziekte van Kahler?
Multipel myeloom is ook bekend onder de naam ziekte van Kahler, vernoemd naar een Oostenrijkse internist.
Per jaar wordt bij ongeveer 820 mensen multipel myeloom vastgesteld, iets vaker bij mannen dan bij vrouwen. De ziekte treft vooral mensen boven de 60 jaar, maar komt ook regelmatig voor bij mensen tussen de 40 en 60 jaar. Multipel myeloom is een kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg. Deze plasmacellen produceren normaal gesproken antistoffen (immunoglobulinen) tegen infecties.
Bij multipel myeloom produceren de kwaadaardige plasmacellen een abnormale antistof: het zogenoemde m-proteïne. Dit m-proteïne (soms ook paraproteïne genoemd) kan in het bloed worden gemeten. Soms wordt het m-proteïne niet compleet aangemaakt, maar slechts een klein brokstukje ervan, de zogenoemde 'lichte keten'. Als dit brokstukje in de urine wordt aangetroffen, spreekt men van het Bence-Jones eiwit.
Heel soms produceren de kwaadaardige plasmacellen helemaal geen m-proteïne of Bence-Jones eiwit. Dit wordt het 'niet-secernerend multipel myeloom' genoemd.
Invloed op de bloedaanmaak
Bij een sterke toename van het aantal kwaadaardige plasmacellen in het beenmerg wordt de normale bloedaanmaak geleidelijk verdrongen. Dit heeft tot gevolg dat het aantal gezonde plasmacellen, die normale antistoffen maken, afneemt. Hierdoor raakt de afweer tegen infecties verstoord.
Door de woekering van kwaadaardige plasmacellen komt ook de productie van rode en witte bloedcellenen soms van bloedplaatjes in de verdrukking. Dit uit zich in bloedarmoede, een verhoogde vatbaarheid voor bacteriële infecties en een verhoogd risico op het krijgen van bloedingen en het langer nabloeden van wondjes.
Invloed op de botten
Multipel myeloom heeft ook een nadelige invloed op de botten. De kwaadaardige plasmacellen maken stoffen die tot verhoogde afbraak van botweefsel kunnen leiden. Dit heeft ontkalking van het skelet tot gevolg, wat zich vaak uit in botpijnen. Op plaatsen waar meer dan 30% van het bot is verdwenen, ontstaan zwakke plekken. Op deze zwakke plekken kunnen makkelijk botbreuken optreden.
Verspreiding van de ziekte
Plasmacellen circuleren van nature in het bloed. Op deze manier verplaatsen die cellen zich naar meerdere (multipel) beenmergruimtes.
Multipel myeloom is hierdoor meestal al snel na het ontstaan van de ziekte aanwezig in alle botten van het bekken, de wervels, de ribben, het borstbeen en de schedel. De plasmacellen verspreiden zich soms ook naar plaatsen of organen buiten het bot, bijvoorbeeld het spijsverteringskanaal of de longen. Het opnieuw optreden van multipel myeloom nadat de ziekte na behandeling niet meer aantoonbaar was, heet een recidief.
Verwante beenmergziekten
Er zijn beenmergziekten waarbij - net als bij multipel myeloom - sprake is van ontsporing van plasmacellen.
MGUS
Verwant aan multipel myeloom, maar niet behorend tot de kwaadaardige aandoeningen, is de ziekte mgus (Monoclonal Gammopathy of Undetermined Significance). Deze benaming betekent dat er m-proteïnen aanwezig zijn (monoclonal gammopathy), zonder dat er sprake is van woekering van kwaadaardige plasmacellen (undetermined significance).
Gebleken is, dat zich bij 20% van de patiënten met mgus na vele jaren multipel myeloom ontwikkelt.
Solitair plasmacytoom
Bij multipel myeloom zijn de afwijkende plasmacellen verspreid in álle beenmergruimtes. Als er sprake is van groei van plasmacellen op één plaats en er nog geen verspreiding in het beenmerg is, spreekt men van solitair plasmacytoom. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen in één wervel, buiten het bot in één orgaan, of in de huid.
Als het solitair plasmacytoom in een beginfase verkeert, is de ziekte met plaatselijke bestraling goed te behandelen. Wel bestaat een verhoogd risico op het ontstaan van multipel myeloom, soms pas na jaren.
Laatst bewerkt: 8 december 2008Bron: KWF Kankerbestrijding
